LSR-Kennisbank

Sterk in Medezeggenschap

Opstellen instellingsbesluit

Op grond van artikel 2 moet de raad van bestuur de volgende zaken vastleggen in het instellingsbesluit:

  • Samenstelling cliëntenraad: uit hoeveel personen bestaat de cliëntenraad en wie zijn er binnen de cliëntenraad vertegenwoordigd?
  • Benoeming leden: op welke wijze worden de leden van de cliëntenraad benoemd; welke personen kunnen tot lid worden benoemd en wat is daarbij de rol van de Raad van Bestuur en de cliëntenraad?
  • Einde lidmaatschap: Hoe lang is de zittingsperiode van de leden en om welke redenen kan een lidmaatschap eindigen?
  • Voorwaarden voor medezeggenschap: op welke wijze voorziet de raad van bestuur de cliëntenraad van voldoende middelen om zijn taak goed te kunnen uitoefenen? Meer over de middelen van de cliëntenraad zie Financiering van cliëntenraden.
  • Overgangs- en slotbepalingen: wanneer treedt onder andere het instellingsbesluit in werking; wanneer wordt het instellingsbesluit geëvalueerd?

In een instellingsbesluit komen alle afspraken te staan die betrekking hebben op het installeren van een cliëntenraad. De raad van bestuur stelt het instellingsbesluit doorgaans vast in samenspraak met de werkgroep die betrokken is bij de oprichting van de cliëntenraad. Is de opgerichte cliëntenraad het daarna niet eens met bepaalde punten uit het besluit, dan kan de cliëntenraad hierover in gesprek gaan met de raad van bestuur. De cliëntenraad heeft verzwaard adviesrecht over de wijziging van het instellingsbesluit.

Voorbeeld instellingsbesluit

Artikel 2 Wmcz

  1. De zorgaanbieder stelt voor elke door hem in stand gehouden instelling een cliëntenraad in, die binnen het kader van de doelstellingen van de instelling in het bijzonder de gemeenschappelijke belangen van de cliënten behartigt.
  2. De zorgaanbieder regelt schriftelijk:
    a. het aantal leden van de cliëntenraad, de wijze van benoeming, welke personen tot lid kunnen worden benoemd en de zittingsduur van de leden;
    b. de materiële middelen van de instelling, waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn werkzaamheden kan beschikken.
  3. De in het tweede lid bedoelde regeling is zodanig dat de cliëntenraad a. redelijkerwijze representatief kan worden geacht voor de cliënten en b. redelijkerwijze in staat kan worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen.
  4. De cliëntenraad regelt schriftelijk zijn werkwijze met inbegrip van zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte.
  5. De kosten van het voeren van rechtsgedingen door de cliëntenraad, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, komen slechts ten laste van de zorgaanbieder indien deze van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.
  6. Na vaststelling van de in het tweede lid bedoelde regeling treft de zorgaanbieder de voorzieningen die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de leden van de cliëntenraad. De zorgaanbieder treft de bedoelde voorzieningen opnieuw telkens wanneer de cliëntenraad gedurende twee jaren niet heeft gefunctioneerd wegens het ontbreken van het in de regeling vastgestelde aantal leden.
Je moet ingelogd zijn om deze inhoud te bekijken. Inloggen / Registreren