LSR-Kennisbank

Sterk in Medezeggenschap

De raad van bestuur is op basis van artikel 2 van de Wmcz verantwoordelijk voor de oprichting van een cliëntenraad. De Wmcz laat de raad van bestuur daarbij een zekere mate van vrijheid. Maar de intentie van de wet is duidelijk: de cliëntenraad moet er zo snel mogelijk komen. Als er nog geen cliëntenraad is, of als de bestaande cliëntenraad door een tekort aan leden al twee jaar niet meer functioneert, moet de raad van bestuur alles in het werk stellen om voldoende leden te vinden voor de cliëntenraad.

Artikel 2 van de Wmcz geeft ook voorschriften over de manier waarop de cliëntenraad samengesteld moet zijn. De raad van bestuur moet zorgen dat de cliëntenraad redelijkerwijze representatief is voor de cliënten en redelijkerwijs in staat wordt gesteld hun gemeenschappelijke belangen te behartigen. De wet beschrijft niet wat ‘redelijkerwijs’ inhoudt. Het is aan de raad van bestuur om dit te bepalen. Het document waarin de raad van bestuur deze zaken vastlegt, wordt het instellingsbesluit genoemd.

Taken raad van bestuur

  • Opstellen instellingsbesluit.
  • Instellen commissie van vertrouwenslieden.
  • Betalen kosten rechtsgedingen cliëntenraad.
  • Uitbrengen jaarlijks verslag over medezeggenschap.
Je moet ingelogd zijn om deze inhoud te bekijken. Inloggen / Registreren