LSR-Kennisbank

Sterk in Medezeggenschap

  • Home
  • Geschillen
  • Beroepsmogelijkheden bij geschillen - LSR-Kennisbank(current)

De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) schrijft voor wat er moet gebeuren bij meningsverschillen tussen de cliëntenraad en de raad van bestuur. De verschillende mogelijkheden zijn hieronder omschreven.

Commissie van vertrouwenslieden

In artikel 10 van de Wmcz staat hoe de positie van de cliëntenraad wordt beschermd en welke middelen de cliëntenraad kan inzetten bij conflicten. Beschreven wordt onder meer welke procedures de cliëntenraad kan volgen als de raad van bestuur zich niet aan de wet lijkt te houden. Het is nooit prettig om dit soort juridische procedures te volgen, omdat het betekent dat de partijen samen niet tot een oplossing zijn gekomen. Al gauw wordt een procedure ervaren als een persoonlijke strijd, waarbij het gaat om overwinning of neder- laag. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De wet biedt simpelweg de mogelijkheid om een derde partij te laten bemiddelen of beslissen bij meningsverschillen. Dit hoort te gebeuren op grond van een zakelijke constatering: we komen er samen niet uit, dus laat een deskundige derde maar besluiten.

Deze derde partij is de commissie van vertrouwenslieden. De wet geeft aan dat een organisatie zelf een commissie van vertrouwenslieden moet oprichten of zich moet aansluiten bij een landelijke commissie. Bij verschil van mening tussen de raad van bestuur en de cliëntenraad over de uitvoering en interpretatie van bepaalde artikelen van de Wmcz, kan één van beide partijen een commissie van vertrouwenslieden inschakelen. Een commissie bestaat altijd uit vertegenwoordigers van cliënten en vertegenwoordigers van de aanbieder. De voorzitter is onafhankelijk. De commissie bemiddelt en/of doet een bindende uitspraak waar beide partijen zich aan moeten houden. De uitspraken van de commissie van vertrouwenlieden leveren jurisprudentie over de Wmcz op. Deze jurisprudentie helpt om de wet beter te begrijpen en toe te passen.

Artikel 10, lid 1 Wmcz
1.  De zorgaanbieder stelt in overeenstemming met de cliëntenraad of cliëntenraden een uit drie leden bestaande commissie van vertrouwenslieden in, waarvan een lid door hem wordt aangewezen, een lid door de cliëntenraad of cliëntenraden kan worden aangewezen en een lid door de beide andere leden wordt aangewezen, of wijst een door een of meer cliëntenorganisaties en een of meer organisaties van zorgaanbieders ingestelde commissie van vertrouwenslieden aan, die tot taak heeft te bemiddelen en zonodig een bindende uitspraak te doen:

a.   op verzoek van de cliëntenraad, in geschillen met de zorgaanbieder over de uitvoering van de artikelen 3, 4, eerste en derde lid, 5, eerste lid, en 9;
b.  op verzoek van de zorgaanbieder, indien deze ten aanzien van een onderwerp, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder i tot en met m, waarover door de cliëntenraad een schriftelijk advies is uitgebracht, een van dat advies afwijkend besluit wenst te nemen.

In 2007 is de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden, de LCvV, ingesteld. Deze LCvV wordt instant gehouden door vier brancheorganisaties – ActiZ, de VGN, GGz Nederland, NVZ vereniging van ziekenhuizen (Revalidatie Nederland wordt vertegenwoordigd door de NVZ) – en drie organisaties van cliëntenraden –  LSR, LOC en VraagRaak. Door samen één commissie te vormen, willen de brancheorganisaties en de organisaties van cliëntenraden de medezeggenschap in de zorgsector bevorderen. Werkwijze LCvV

De cliëntenraad kan een beroep doen op de commissie van vertrouwenslieden voor de volgende Wmcz-artikelen:

  • Artikel 3: beschrijving van alle adviesonderwerpen; adviesrecht en verzwaard adviesrecht, gevraagd en ongevraagd.
  • Artikel 4, eerste en derde lid: de wijze waarop de Raad van Bestuur moet reageren op een advies van de cliëntenraad.
  • Artikel 5, eerste lid: verstrekken van noodzakelijke informatie aan de cliëntenraad.
  • Artikel 9: openbaarheid van stukken.

De Raad van Bestuur kan een beroep doen op de commissie van vertrouwenslieden wanneer het gaat om:

  • Artikel 3, eerste lid i tot en met m: beschrijving van alle onderwerpen waarvoor het verzwaard adviesrecht geldt.

De LCvV of een eigen commissie van vertrouwenslieden
De Wmcz bepaalt dat iedere organisatie een commissie van vertrouwenslieden moet hebben. De raad van bestuur en cliëntenraden kunnen zelf een commissie in stellen of gebruik maken van een landelijke commissie van vertrouwenslieden. Ten opzichte van een eigen commissie is een landelijke commissie van vertrouwenslieden beter in staat om de kennis en vaardigheden te verwerven  die nodig zijn om haar taak goed te kunnen vervullen. Bovendien waarborgt een landelijke commissie een éénduidige uitleg van de Wmcz. Daarom adviseert het LSR om gebruik te maken van de LCvV.

Alle organisaties die aangesloten zijn bij bovengenoemde brancheorganisaties en hun cliëntenraden kunnen een beroep doen op de LCvV. Organisaties die een eigen commissie van vertrouwenslieden hebben ingesteld, kunnen geen gebruik maken van de landelijke commissie.

Toelichting
De uitspraak van de commissie van vertrouwenslieden is bindend. Houdt een raad van bestuur zich niet aan de uitspraak, dan moet de cliëntenraad naar de kantonrechter. Deze zal controleren of de commissie juist heeft gehandeld. De raad van bestuur moet zich dan aan de uitspraak van de rechter houden.

Meer informatie werkwijze LCvV

Kantonrechter

Als de raad van bestuur zich niet lijkt te houden aan bepaalde voorschriften uit de Wmcz, kan de kantonrechter worden ingeschakeld. Alle cliënten hebben dat recht, dus niet alleen de cliëntenraad. Patiënten of patiëntenorganisaties kunnen het bijvoorbeeld aan de rechter voorleggen als zij menen dat de raad van bestuur zich niet voldoende inspant voor het instellen van een cliëntenraad. De kantonrechter is er alleen om te bewaken dat aan enkele algemene voorwaarden voor medezeggenschap wordt voldaan; over inhoudelijke geschillen wordt geen uitspraak gedaan.

Artikel 10, lid 2, 3 en 4 Wmcz
1.  De cliëntenraad en iedere cliënt van de instelling kunnen de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de zorgaanbieder is gelegen schriftelijk verzoeken de zorgaanbieder te bevelen de artikelen 2, 5, tweede lid, 7 en 8 en het eerste lid van dit artikel na te leven. Een verzoeker die niet vooraf schriftelijk aan de zorgaanbieder heeft verzocht te handelen overeenkomstig hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en deze daarbij niet een redelijke termijn heeft gegeven om aan dat verzoek te voldoen, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2.  De kantonrechter kan in zijn beschikking aan de zorgaanbieder de verplichting opleggen bepaalde handelingen te verrichten of na te laten.
3. De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

De cliëntenraad kan de kantonrechter om een oordeel vragen als de raad van Bestuur de volgende artikelen van de Wmcz niet naleeft

  • Artikel 2, over de verplichting tot het oprichten van een cliëntenraad en het regelen van de voorzieningen van de cliëntenraad.
  • Artikel 5, tweede lid, over de verplichting om tenminste één keer per jaar mondeling of schriftelijk gegevens te verstrekken over het gevoerde en het toekomstige beleid van de instelling.
  • Artikel 7, over het recht van de cliëntenraad om tenminste één lid van de raad van toezicht bindend voor te dragen.
  • Artikel 8, over de verplichting voor de raad van bestuur tot het jaarlijks opstellen van een schriftelijk verslag over de invulling van de Wmcz in de organisatie.
  • Artikel 10, eerste lid, over het instellen van een commissie van vertrouwenslieden.

Complete tekst Wmcz

Als de cliëntenraad een probleem wil voorleggen aan de kantonrechter, kunt u de volgende stappen volgen:

Stap 1 – De cliëntenraad schrijft een brief aan de raad van bestuur. In die brief staat het bezwaar van de cliëntenraad en het concrete verzoek aan de raad van bestuur. Ook staat in de brief binnen welke termijn de raad van bestuur aan dit verzoek moet voldoen. De termijn moet haalbaar zijn voor de raad van bestuur.

Stap 2 – Doet de raad van bestuur niet wat de cliëntenraad vraagt, dan kan de cliëntenraad een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter. Daarin vraagt de cliëntenraad de kantonrechter de raad van bestuur op te dragen om te doen wat de cliëntenraad van hem verlangt.

Stap 3 – De kantonrechter doet een uitspraak. Als hij vindt dat de raad van bestuur inderdaad een plicht niet nakomt, zal hij opdracht geven dit alsnog te doen.

De cliëntenraad kan de kantonrechter vragen om de raad van bestuur een dwangsom op te leggen. Dit is een boete die betaald moet worden als de raad van bestuur zich niet houdt aan de uitspraak van de kantonrechter. Artikel 10, lid 4 van de Wmcz verwijst naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De tekst waarnaar wordt verwezen, gaat over deze dwangsom.

Als de cliëntenraad een geding aanspant, moet de raad van bestuur de kosten betalen. Dit is bepaald in artikel 2, vijfde lid van de Wmcz. Voorwaarde is wel dat de cliëntenraad de raad van bestuur vóóraf schriftelijk inlicht over die kosten. Dat kan gebeuren in een brief aan de raad van bestuur. De cliëntenraad kan  voor rechtsbijstand een advocaat inschakelen. Deze kosten komen eveneens voor rekening van de raad van bestuur. Geef dit aan als u de raad van bestuur schriftelijk op de hoogte brengt van uw plannen. Twijfelt u of het inschakelen van de kantonrechter een handige stap is, dan kunt u advies vragen bij het LSR.

Artikel 2, lid 5 Wmcz
5. De kosten van het voeren van rechtsgedingen door de cliëntenraad, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, komen slechts ten laste van de zorgaanbieder indien deze van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.

Rechtbank

Iedereen in Nederland kan naar de rechter gaan als hij denkt dat anderen zich niet aan de wet houden. Dat geldt dus ook voor de cliëntenraad. De cliëntenraad kan de rechtbank om maatregelen vragen als de raad van bestuur zich niet houdt aan een uitspraak van de commissie van vertrouwenslieden. De  rechtbank beoordeelt de zaak niet opnieuw, maar kijkt alleen of de commissie van vertrouwenslieden in redelijkheid tot haar uitspraak is gekomen. Wanneer dat zo is, volgt een veroordeling van de zorgaanbieder om de uitspraak na te leven. De rechter kan een dwangsom verbinden aan het niet naleven van zijn uitspraak. De kosten van een rechtszaak en de bijstand van een advocaat zijn  niet geregeld in de Wmcz. De wet regelt alleen de kosten van de kantongerechtsprocedure

Achtergrondinformatie

Rechter of commissie van vertrouwenslieden?

Documenten

Artikel LCvV Wanneer naar de kantonrechter? Lees voor

Artikel LCvV Splitsing Lees voor

Artikel LCvV Wie mag de knoop doorhakken Lees voor

Artikel Inschakelen kantonrechter Lees voor